Theatervereniging Quasi Zwolle

Recensies
 
'De laatste vrouw'
 
'Quasi neemt de hoge lat met souplesse'
de Stentor 8 april 2006
 
Komende vanuit de improvisatietechniek, de snelheid en de dynamiek van de theatersport, was de Zwolse theatervereniging Quasi toe aan een nieuwe uitdaging. Terug naar de bron: het 'ouderwetse' teksttoneel. Het zal voor de groep wel even wenne zijn geweest, werken vanuit een bestaande toneeltekst. En dan wel een moderne hedendaagse tekst van een Nederlandse toneelschrijver - Koos Terpstra- die nu niet bepaald simpele teksten voor de gemiddelde amateurtoneelspeler heeft geschreven. Al met al werd de lat hoog gelegd. Publiek en spelers konden met elkaar in de clinch. In die zin leek het toch nog een beetje op theatersport.
 
'De laatste vrouw' is een toneelstuk waar de poëzie een vrije flirt aangaat met de meest intense emoties die ons tot mensen maakt: liefde, lust en wraak. Het resultaat is een prachtige mix van afstoting en aantrekking, van liefde en haat. Twee emoties die zo dicht bij elkaar kunnen liggen. Ondanks een verhaaltechnische lastige contructie - om twee periodes fragmentarisch door elkaar heen te vertellen - was het vuur van de wraak al in de eerste scènes voelbaar. Eerst nog ingehouden en vals bescheiden, later vermengd met meer gif en venijn. Annet Norde gaf aan de rol van Harriët een prachtig opgebouwde interpretatie. Haar spichtige verschijning, gecombineerd met een scherp stemgeluid, maakte deze rol gewoon af!
Direct daarna moet Annemieke Kuipers genoemd worden. Als de ingehuurde hoer Eva moest zij een een heel palet aan tegenstrijdige emoties laten zien. Een intrigante pur sang die met het grootste gemak vrouwelijke flair paarde aan mannelijke daadkracht. De man om wie het allemaal draaide, een zekere Bart, liet het allemaal maar gebeuren. Pascal Kuiper kwam teveel over als een lieve teddybeer. Een onzeker joch op zoek naar aandacht en liefde. Wellicht was het de bedoeling van de schrijver (of de regie?) maar het maakte van dit stuk wel een typisch vrouwenstuk, waarin het cliché van de morele overwinning van de vrouw op de man zich sterk opdringt.
Sterk aanwezig en uitermate goed gekozen van de strakke bijna choreografische regie van Lex Prinzen. Uitstekend gebruikmaken van de piste-opstelling in het Hoftheater, waist hij tot verrassende oplossingen te komen. Vooral naar het einde toewerd het bewegingspatroon steeds scherper getekend, waardoor de voorstelling aan kracht ging winnen en zich duidelijk naar een climax toewerkte.
Theatervereniging Quasi kan trots zijn op het resultaat. De lat werd hoog gelegd, maar de hindernis werd met souplesse en flair genomen. Een dergelijk moeilijk stuk door amateurs te laten spelen, daarvoor moet je lef in je lijf hebben. Quasi heeft dat! Chapeau!
 
Dick van Ommen
___

'Bed-octet'

'Veel spelplezier bij Quasi'
de Zwolse Courant van 21 mei 2001
 
Bed-quartet is een van de meest flitsende voorstellingen van Alan Ayckbourn. Hij verdeelt daarin plusminus zestig scenes over drie slaapkamers. Daarin spelen zich herkenbare situaties af tussen de drie echtparen. De scenes laat de schrijver echter zo kunstig in elkaar overgaan dat er absurde situaties ontstaan die onherroepelijk de lachspieren prikkelen.

De drie echtparen zijn goed uitgekristaliseerde karakters die door toneelgroep Quasi enthousiast werden uitgebeeld. De typeringen waren een schot in de roos met heel af en toe iets te uitbundig stemgeluid.
Over het decor was goed nagedacht aangezien het een hele toer is om in het kleine Papenstraattheater drie tweepersoonsbedden plus nog enige meubelstukken te plaatsen. Dit had wel als neveneffect dat er weinig speelruimte overbleef voor de spelers die hun mis-en-scene tot de vierkante meter moesten beperken. Toch gaf dit nergens aanleiding tot statisch toneel en omdat het publiek steeds via wisselende lichtstanden in een andere situatie c.q. slaapkamer terecht kwam, was dit een goede oplossing. Regisseuse Sylvia van Raay heeft speciaal voor de spelers van Quasi het stuk bewerkt tot een bed-octet in plaats van een bed-kwartet waarin alle acht spelers konden schitteren.
De groep die al tien jaar in het wijkgebouw van de Aa-landen speelt, heeft bewezen over een goed speelteam te beschikken waarbij vooral het spelplezier opvalt. 'Onze lieve Heer heeft vreemde kostgangers' luidt de laatste claus van het stuk en dat werd in deze voorstelling goed uitgebeeld: enerzijds waren we getuige van uitvergrote types, anderzijds werden de karakters zo geloofwaardig gespeeld en de situaties tussen de echtparen zo herkenbaar, dat deze laatste claus dubbelzinnig overkwam.
Ook aan de kostuums en de vele rekwisieten die het stuk nodig heeft, was goede aandacht besteed. Het blijspel is een van de moeilijkste theatervormen en kan vooral snel vervelen als het tempo en ritme van de voorstelling te traag zijn. Deze hindernissen echter werden door de spelers van Quasi moeiteloos genomen zodat het een heerlijke toneelavond werd met veel oprecht plezier.
 
Frits Leenderts

 

Top